INTERVIEW DOOR JOOP LIEFAARD, MIJN BOEKENBLOG

 
Jouw verhalen spelen zich af in een internationale entourage en daarmee onderscheid je je van andere Nederlandse misdaadauteurs. Heb je hier bewust voor gekozen? 
 
Ja. Ik denk dat het een logische consequentie is van mijn levensstijl. Als ik Wolfgang in mijn laatste boek “Manzanilla” als nomade omschrijf heb ik het eigenlijk over mezelf. Ik woon op meerdere plekken en voel me op al die plaatsen thuis. Waar hoor je dan? Overal en nergens. Ik reis rond met handbagage omdat travel light mijn motto is, en ook dat heb ik met Wolfgang gemeen.
 
Mijn debuut heb ik in mijn Spaanse dorp (nou ja, stadje) in de Extremadura gesitueerd maar het tweede boek wilde ik in Berlijn laten spelen. Ik heb dan ook bewust voor een Berlijnse ex-hoofdcommissaris gekozen die zijn hart aan Spanje heeft verpand.
 
Ik schrijf over de plaatsen die ik goed ken, vooral de sfeer en de mensen, en die liggen nu eenmaal ook in het buitenland. Voor mij is het heel gewoon om over Berlijn, Spanje of Lissabon te schrijven maar het kost wel aardig wat jaren om een land of een stad echt goed te leren kennen, er gevoel bij te krijgen. De taal beheersen is essentieel, want als je niet met mensen kunt communiceren zul je het land nooit echt doorgronden, nooit weten wat mensen beweegt en wat hen bezig houdt. Ik keer steden binnenstebuiten, en dat doe ik zoveel mogelijk te voet, want dan vallen je details op die je anders niet zou opmerken. Een stad is voor mij meer dan een verzameling mooie gebouwen en musea, de opgeleukte stadscentra die tegenwoordig zoveel op elkaar lijken vind ik niet genoeg. Dezelfde winkelketens, een overmaat aan terrassen, souvenirs, spiegeltjes en kraaltjes. De stad, dat zijn voor mij in de eerste plaats de mensen die er wonen en werken, er hun dagelijkse leven leiden, die het niet allemaal even makkelijk hebben. Die deels in grauwe buitenwijken wonen, waar armoede, werkloosheid, criminaliteit heersen en vaak weinig tot geen perspectief hebben. Contrasten maken steden voor mij interessant. En door ook de niet voor de hand liggende plekken te bezoeken en vooral er regelmatig terug te keren leer ik mensen kennen en kom ik er achter hoe ze leven. Dat teruggaan is essentieel om geen buitenstaander te blijven. Het begint meestal in een barretje of eethuisje. Je moet je vooral niet laten afschrikken door hoe een etablissement er van binnen of van buiten uitziet, of door mensen die er op het eerste gezicht wellicht wat angstaanjagend uitzien. Gewoon binnengaan. En vooral vaker terugkomen.
 
Lees hier het hele interview: